- opgeven
- {{opgeven}}{{/term}}I 〈overgankelijk werkwoord〉1 [prijsgeven] give up ⇒ abandon2 [opnoemen] give ⇒ state3 [opdragen] give ⇒ assign4 [aanmelden] enter5 [braken] bring up, spit6 [overgeven] give (up) ⇒ surrender♦voorbeelden:1 zijn staatsburgerschap/nationaliteit opgeven • renounce one's citizenship, give up one's nationalityzijn studie opgeven • give up/abandon one's studies, drop outzijn vooroordelen opgeven • give up one's prejudiceseen zieke opgeven • give up a patienthet roken moeten opgeven • have to give up smokingalles opgeven • give it all up, give up everythinghet opgeven • give up/in; throw in the towel/the sponge 〈ook boksen〉geef je het op? • (do you) give up?(het) niet opgeven • not give in/up, hang onniet willen opgeven • refuse to give in/upje moet nooit/niet te gauw opgeven • never say die2 een adreswijziging opgeven • give notice of a change of addresszijn inkomsten opgeven aan de belasting • declare one's income to the tax inspectorzou u uw naam willen opgeven • would you mind leaving your name?een prijs opgeven voor • state a price forzijn inkomsten te hoog/te laag opgeven • overstate/understate one's incomezijn leeftijd verkeerd opgeven • misstate one's ageals reden opgeven • give/state as one's reason3 een bestelling opgeven • make an ordereen opgegeven boek • a set booksommen opgeven • give sumseen telegram opgeven • send a telegram4 zich opgeven als lid van iets • sign up to join somethingzij hebben zich al opgegeven (voor …) bij mevrouw NN • they have given their names to Mrs N.N. (for …)zich opgeven voor een cursus/examen • enrol/sign up for a course, enter/put in for an examals vermist opgeven • report (as) missingII 〈onovergankelijk werkwoord〉1 [roemen] 〈zie voorbeelden 1〉♦voorbeelden:1 hoog opgeven van • sing the praises of, speak highly of; boast of, vaunt 〈opscheppen〉
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.